|
Haar nieuwe album Funked up and Chilled Out ligt sinds kort in de winkel en is een succes tot ver in het buitenland. Het is dan ook niet verbazing wekkend dat er binnenkort een uitgebreide internationale tour voor Candy op het programma staat. We moeten haar dus weer even gaan missen, maar gelukkig kwam ze daarvoor nog even in een paar steden langs voor een showtje. Tijdens haar optreden in Utrecht spraken we met haar.
Je hebt net een nieuw album uitgebracht, wat kunnen mensen daarvan verwachten?
“Nog meer swingende nummers dan op het vorige album. Dit album hebben we echt met heel veel plezier gemaakt. Er staan zeker ook wat rustige nummers op, maar vooral veel funk. We hebben ook enkele oude nummers in een nieuw jasje gestoken. Tijdens het optreden spelen we vooral de wat meer up tempo nummers, dat is live gewoon het leukst.”
Wat maakt de saxofoon het perfecte instrument voor jou?
“Ik moet stiekem toegeven dat ik wel drummer had willen worden. Natuurlijk ben ik door mijn vader al jong met de saxofoon in aanraking gekomen en het bleek heel goed bij me te passen. Nu speel ik al zo lang dat ik niet meer zonder kan. Het is natuurlijk ook gewoon een geweldig instrument. Ik ben echt van het geluid gaan houden, je kunt er zoveel emotie in kwijt.”
Je hebt laatst een nieuwe saxofoon gekocht, was er iets mis met de oude?
“Als saxofonist ben je eigenlijk altijd op zoek naar het ultieme geluid. Mijn oude sax, een Selmer Mark VI, gebruik ik nog steeds heel vaak hoor, maar ondanks dat er een geweldig mooi geluid uit komt heeft hij ook wel eens kuren. Hij kan soms erg vals zijn, het is er echt één met karakter. Mijn nieuwe saxofoon van Thomas Inderbinen klinkt weer heel anders, wat harder en een stuk zuiverder. Ik wissel ze nu een beetje af. Mijn vader heeft dat ook altijd gehad, al veertig jaar vraagt hij aan mijn moeder welke hij het beste mee zou kunnen nemen naar een optreden. Dan moest ze zich omdraaien en met haar ogen dicht kiezen welke beter was. Uiteindelijk zei ze meestal ‘doe die maar, die staat zo mooi bij je das’.”
Gaat in Nederland het publiek nou minder uit zijn dak dan in het buitenland?
“Dat verschilt eigenlijk per avond en per locatie. Soms is het een optreden waarbij het publiek zit en dan is het meteen heel anders. Ik denk dat het wel meevalt in Nederland. Ik speelde laatst in Japan, daar moest ik echt vertellen dat ze mochten dansen. Ik vind het ook niet erg hoor, want als ik zelf naar een concert ga vind ik het soms heerlijk om gewoon een beetje te staan. Het is natuurlijk wel het ultieme compliment als de hele zaal uit zijn dak gaat.”
Komt er ooit een dag dat je denkt: ‘Zo, en nu stop ik ermee’?
“Nee, dat denk ik niet. Natuurlijk hangt het er vooral vanaf of het publiek nog wel zin in me heeft. Als de kwaliteit minder wordt zou het tijd zijn om te stoppen. Tot die tijd blijf ik lekker doorgaan! Ik moet zeggen dat ik steeds dankbaarder ben geworden voor mijn werk. We hebben eigenlijk steeds meer lol onderweg en op het podium en we gaan met nog meer plezier het podium op. Misschien komt dat omdat je, als je meer ervaring hebt, minder hoeft na te denken. Dan is het makkelijker om te genieten.”
Heb je nog goede tips voor beginnende muzikanten?
“Ik vind het erg belangrijk om jonge mensen te stimuleren. Vaak wordt er alleen heel erg op de techniek gelet bij workshops of cursussen, ik vind dat er daarmee een heel groot deel over het hoofd wordt gezien. Als je in de muziekindustrie wilt werken, moet je ook denken aan hoe je op zo’n podium gaat staan en hoe je een goede set in elkaar zet. Ik geef nu af en toe een masterclass en dan probeer ik ook altijd veel te vertellen over uitstraling en performance, want dat is naar mijn een erg belangrijk onderdeel van het muzikant zijn.”
Wat is de grootste les die jij tot nu toe geleerd hebt?
“Muzikaal heb ik het meest geleerd van het spelen met andere muzikanten. Ik heb het geluk gehad dat ik met grote namen het podium heb mogen delen en dat is niet niks. Ik laat het eigenlijk allemaal een beetje gebeuren, ik ben een beetje bijgelovig op dat gebied en ga er niet zelf achteraan zitten. Verder heb ik geleerd dat de wereld niet perfect is. Ik wil altijd alles goed doen en verwachtte dat ook altijd van anderen. Inmiddels weet ik dat je er niet aan ontkomt dat je mensen teleurstelt en zij jou. Als je je daar eenmaal bij neerlegt is het allemaal een stuk makkelijker te verdragen. Mijn oma zei altijd: ‘Met een lach kom je een heel eind’ en dat is waar gebleken. Als ik nu in een vervelende situatie kom kan ik dat veel makkelijker naast me neer zetten.”
Wat maakt jou gelukkig?
“De combinatie van op het podium muziek maken en leuke dingen doen met mijn vrienden en familie. Mijn bandleden zijn trouwens ook erg goede vrienden geworden, dus als we onderweg zijn is het altijd gezellig. Dan kan ik het perfect combineren. Soms is het ook heerlijk om gewoon thuis bij mijn ouders op de bank te zitten en even niets te hoeven doen. Ik ben erg dankbaar dat ik het allebei heb.”
Tekst: Karlijn Meinders
Foto’s: Carin Verbruggen
|

|