(click here for the english version)
|
Hij begon als jongetje op een zelfgerepareerde éénsnarige basgitaar van zijn vader en woont vanaf zijn negentiende binnen de Nederlandse grenzen. Deze van oorsprong Italiaanse muzikant is nu succesvol als basgitarist, bandleider, producer en componist en ontfermt zich al enige tijd over de band van Marco Borsato. Na één van de Wit Licht concerten in Antwerpen namen we hem even apart.
Waarom ben je basgitaar gaan spelen?
“Mijn vader was ook basgitarist en mijn moeder zangeres, muziek zat dus echt in de familie. Ik heb eerst nog een tijdje piano gespeeld, maar basgitaar vind ik gewoon het leukst. Ik lees geen noten en speel alles op gevoel, dat werkt voor mij het best. Ik vind ook niet dat je op een podium bezig moet zijn met noten lezen, dan moet het gaan om de show en het contact met het publiek. De voorstelling moet door kunnen gaan, ook als je bladmuziek wegwaait bij wijze van spreken.”
Waarom speel je juist op deze basgitaar?
“Alles wat je nodig hebt zit erin. Ik vind vooral de warmte van de klank heel erg mooi. Deze basgitaar is erg geschikt voor een grote zaal, je hoort alle noten die je speelt goed.”
Is het moeilijk een grote band als deze te leiden?
“Het is veel werk, maar niet moeilijk. Ik maak het mezelf wel moeilijk, want ik ben een perfectionist, maar het zijn allemaal heel erg goede muzikanten, dus veel doen ze eigenlijk zelf. Als iemand een nieuw nummer heeft gemaakt, zoekt iedereen zijn eigen partij uit en gaan we er daarna met zijn allen aan zitten. Er is dan ook zeker ruimte om te experimenteren, die is er ook tijdens optredens, zolang het geheel maar strak is.”
Welk nummer speel je het liefst?
“Ik ken eigenlijk van geen enkel nummer de tekst helemaal, maar als ik puur naar de muziek kijk dan is Ik leef niet meer voor jou het leukst om te spelen. Ik speel het nummer al ongeveer veertien jaar, maar ik word er nooit moe van! Het heeft gewoon een geweldig stevige baslijn.”
Wat maakt deze groep muzikanten zo goed?
“De sfeer is gewoon perfect, we zijn allemaal eerlijk tegen elkaar en er wordt veel gelachen. In onze kleedkamer is het altijd gezellig en dat gevoel neem je mee het podium op. Dat krijg je met zo’n coole muziekleider als ik natuurlijk! Ik heb dan wel een Italiaans temperament, maar ik ben niet streng en ik houd zeker van een grapje. Ik verwacht natuurlijk wel dat iedereen zich aan afspraken houdt en zijn deel van de voorbereiding doet, maar dat gaat bijna nooit fout.”
Hoe is het om samen te werken met Marco?
“Marco is een geweldige man. We vinden het erg fijn om samen Italiaans te kunnen spreken en kunnen het goed met elkaar vinden, het is een hele goede vriend. Natuurlijk zijn we ook gewoon collega’s, maar onze goede band maakt het alleen maar makkelijker om samen te werken. Iedereen weet tijdens de optredens wel heel goed dat Marco de hoofdartiest is, het is zijn show en daar houden we, met veel plezier, allemaal rekening mee.”
Zijn er dingen die je sowieso nog wilt doen in je leven?
“Stel dat ik er morgen niet meer zou zijn, dan zou ik op muzikaal gebied helemaal tevreden zijn. Ik heb al zoveel dingen kunnen doen en met zoveel geweldige muzikanten mogen spelen. Ik heb live gespeeld, geproduceerd, geschreven en in de studio gestaan, wat wil je nog meer? Ik heb Mark King, een geweldige basgitarist ontmoet, net als veel van de Italiaanse artiesten die ik vroeger geweldig vond. Ik hoop dat ik nog veel leuke dingen kan doen in mijn leven, maar ik ben vooral enorm dankbaar voor wat ik al heb bereikt.”
Tekst: Karlijn Meinders
foto’s: Bianca Scharroo
|



|
|
Hij heeft vanaf zijn zestiende in diverse bandjes gespeeld en is al enige jaren de koning van de toetsen in de band van Marco Borsato. Jeroen Rietbergen is niet meer weg te denken uit de muziekwereld, want naast het touren met Marco, staan samenwerkingen met Candy Dulfer en Ruth Jacott, muziek voor vele televisie programma’s en de oprichting van Soulvation (Reset your brain) met dj Roland Molendijk inmiddels op zijn naam. In Antwerpen mochten we hem na één van de Wit Licht shows even wat vragen stellen.
Wat betekent muziek voor jou?
“Heel veel. Het is mijn werk en mijn leven eigenlijk. Ik zou niet meer zonder kunnen.”
Waarom heb je gekozen voor piano?
“Ik wilde om eerlijk te zijn heel graag drummer worden, maar mijn ouders vonden dat maar herrie. Op de school waar ik toen zat stond een vleugel en daar speelde ik wel eens op tussen de lessen door. Een paar leraren hadden gehoord dat ik wel talent had en hebben het mijn ouders verteld. Niet veel later kreeg ik mijn eerste piano. Daarna ben ik naar de Havo voor muziek en dans gegaan en vervolgens naar het Conservatorium. Ik zou nu ook niet meer een ander instrument willen spelen hoor, het heeft me zo’n twintig jaar gekost om zo te kunnen spelen als ik nu doe, dus dat gaat niet meer lukken. Ik heb thuis wel veel gitaren staan trouwens, dat vind ik ook erg leuk om te doen.”
Heb je ook veel keyboards thuis staan?
“Eigenlijk staat alles in de studio, daar ben ik toch wel het meest en daar heb ik ze ook nodig. Ik heb sinds kort een hele leuke deal met het merk Roland. Ik krijg nieuwe keyboards in bruikleen en dat is echt geweldig, daar ben ik enorm blij mee. De wat meer Vintage spullen koop ik zelf. Zo heb ik een keuze uit een heleboel verschillende keyboards, allemaal met een eigen geluid.”
Hoe heb je je plek in de muziekwereld weten te veroveren?
“Met een beetje geluk en heel veel spelen. Ik heb gewoon zoveel mogelijk kansen aangepakt, maar het moet je ook wel gegund worden. Ik heb eerst op bruiloften gespeeld, toen in heel veel bandjes gezeten en daarna kwam ik bij Candy Dulfer terecht. Daarmee heb ik een tour door Amerika, Japan en Europa gedaan, iets waarvan ik daarvoor alleen had kunnen dromen. Ton Dijkman was op dat moment drummer in haar band en hij heeft me weer voorgesteld aan Marco. Je hebt dus eigenlijk gewoon iemand nodig die je die kans geeft en dan keihard werken om het waar te maken.”
Wat maakt spelen in de band van Marco Borsato leuk?
“Het is geweldig om te zien dat een publiek compleet uit zijn bol gaat bij een concert van Marco, de grootsheid ervan vind ik echt top. Ik had nooit kunnen bedenken dat ik zo vaak in de Kuip en het Gelredome zou mogen spelen. De groep muzikanten is ook echt geweldig. Het is een sterk team. Sommige spelen al 15 jaar samen en dat is terug te horen in de muziek. Het is een geoliede machine en de liedjes kent iedereen na zoveel jaar heel goed. De kracht van deze groep is ook dat Marco trouw is aan zijn muzikanten en zij in hun plaats aan hem. De sfeer is altijd goed en dat maakt, samen met al die jaren ervaring, dat we een goede show neer kunnen zetten.”
Wat heb je liever: commercieel succes, of ongekend talent?
“Liever een groot commercieel succes. Dat betekent soms dat je concessies moet doen, maar ook gewoon dat je heel veel kunt spelen. Neem bijvoorbeeld Alain Clark, die maakt muziek met commercieel succes, maar wel muziek waar hij ook zelf achter staat en waar hij plezier in heeft. Ik zou het niet erg vinden om mijn muziek een beetje af te stellen op wat het publiek wil horen, daar heb ik geen problemen mee. Als we bijvoorbeeld met Soulvation een singel uitbrengen en die commercieel remixen zodat het een hit wordt, creëert dat weer allemaal nieuwe mogelijkheden voor ons. Het blijft natuurlijk ook een beetje werken.”
Wat typeert het geluid van Soulvation?
“Muzikale house is eigenlijk de beste beschrijving. We hebben trouwens net een nieuw album af! We zijn nu nog bezig met de onderhandelingen. We gaan ook een beetje spelen met de formatie. We willen twee kanten op kunnen, alleen een dj en vocals voor op dance festivals en een grotere band voor op de popfestivals. Dat is eigenlijk ook een concessie die we moeten doen, de hele band overal neerzetten is qua kosten gewoon niet haalbaar.”
Maakt het voor jou uit hoe groot het publiek is?
“Nee, dat is eigenlijk wel een les die ik geleerd hebt, dat het niet mag uitmaken of er 100 of 100.000 man voor je staan, je moet altijd je best doen. Ik heb in Amerika een keer Whitesnake en Will Lee in een heel klein zaaltje in een hotel zien spelen. Dat zijn echt grote muzikanten en ze stonden daar voor ongeveer 200 man te spelen alsof het de laatste keer zou zijn, echt super heftig. Dat heeft me wel aan het denken gezet. Eigenlijk moet je gewoon altijd spelen alsof het de laatste keer is.”
Heb je nog andere toekomstplannen?
“Ik ben nu met muziek voor een film bezig, dat is iets wat ik altijd al heb willen doen. Het is voor de Nederlandse thriller Terug naar de kust, met Linda de Mol en Pierre Bokma. Hij zal ongeveer het einde van dit jaar uitkomen. Ze zijn nu nog druk met monteren, maar ik heb al wel wat dingetjes klaar staan. Ik heb eerst gewoon naar het script en het boek gekeken en in overleg met regisseuse Will Koopman al wat gemaakt. Nu is het wachten tot de film af is en dan is het aan mij om de muziek goed te krijgen.”
Tekst: Karlijn Meinders
foto’s: Bianca Scharroo
|




|
He started playing when he was a little boy, on his dad’s broken one string bass guitar. From the age of nineteen he has been living in Holland. He is Italian from origin and is now a successful bass player, producer, composer and leader of Marco Borsato’s band. After one of the Wit Licht shows in Antwerp, we sat down with him for a few questions.
Why did you start playing bass guitar?
“My dad played the bass and my mother was a singer, so my family is pretty musical. I started with playing the piano, but I soon noticed that I liked the bass better. I do not read sheet music. That just works better for me and I think when you are on stage performing, you should not be looking at a piece of paper. It should be about the show and the connection with the audience. You should be able to play even when the wind blows away your sheet music, sort of speak.”
Why do you play this bass guitar?
“It has got everything I need. I love the warm sound it has got. It is also excellent for big venues like this, it articulates well, so you are able to hear every note you play.”
Is it hard work being the leader of a large band like this one?
“It is a lot of work, but not hard. I sometimes make it hard on myself, because I am a perfectionist, but they are all great musicians, so they do most of the work themselves. If someone comes up with a new number, everyone prepares their own part and then we start working on it together. There is always room for improvisation, on stage as well, as long as it sounds organised as a whole.”
Which song do you like best?
“I do not really know the lines of any of the songs that well, but musically I love playing Ik leef niet meer voor jou. I have been playing that song for over fourteen years and I never get sick of it. It has got the most amazing bass line and that makes it very enjoyable to play.”
What makes this group of musicians good?
“The atmosphere is just great, we are always honest to each other and we laugh a lot. It is always fun in our dressing room and that is the feeling you take with you when you go on stage. Off coarse it is also because I am the coolest bandleader there is! I do have an Italian temperament, but I am not tough on them and I love a good joke. Obviously I do expect everyone to do their part and to prepare for every show, but that usually happens without me having to say it.”
What is it like to work with Marco Borsato?
“Marco is a great man. We love speaking Italian together and we get along great, he is a really good friend of mine. He is off course also my colleague, but our friendship makes it easy to work together. Everybody is aware of the fact that the show is about him, he is the main event and we keep that in mind at any time, with pleasure naturally!”
Is there anything you still want to do musically?
“Lets say that in case I am no longer here tomorrow, I would be very satisfied musically. I have been able to do so many different things and I have played with so many great artists. I have done live shows, produced, composed and worked in the studio, what more can I want? I have met Mark King, who is a great bass player and I have met many of the Italian musicians I loved when I was young. I hope to keep doing what I do for a long time off course, but I am already very grateful for the things I have accomplished so far.”
Tekst: Karlijn Meinders
foto’s: Bianca Scharroo |



|
|